Na eerdere procedures heeft nu ook de Hoge Raad een oordeel geveld over de nieuwe oldtimerregeling van de MRB en de overgangsregeling daarbij.

Dat meldt AMD automotive fiscalisten op haar website.

Het gaat in deze procedure om een auto met een datum eerste ingebruikname van 27 oktober 1978. Tot aan de wijziging van de oldtimervrijstelling op 1 januari 2014 was deze oldtimer vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting. Met ingang van 1 januari 2014 geldt de oldtimervrijstelling alleen nog voor motorrijtuigen die voor het eerst in gebruik zijn genomen op of voor 1 januari 1974. Wel geldt er een overgangsregeling. De eigenaar van deze oldtimer had van deze overgangsregeling gebruik gemaakt.

Beperkt dagelijks gebruik 

Het belangrijkste argument van deze oldtimerrijder betrof het doel van de wijziging van de oldtimervrijstelling. Uit een rapport van de Stichting Autobelangen van september 2013 blijkt volgens hem dat de constateringen van de wetgever over de toename van het aantal oldtimers in Nederland en de toename van het gebruik daarvan onjuist zijn geweest. Uit dit rapport komt naar voren dat minder dan 35 percent van de jonge oldtimers dagelijks wordt gebruikt. De toename en het gebruik van oldtimers wordt veroorzaakt door slechts een beperkte groep dieselauto’s en dat probleem is al voor de wetswijziging van 2014 opgelost, zo stelde hij.

Milieuvervuiling beperken 

De Hoge Raad wijst dit echter af. Volgens de Hoge Raad is met de afschaffing van de oldtimervrijstelling voor auto’s jonger dan 40 jaar beoogd niet alleen de op dat moment bestaande milieuvervuiling te beperken, maar juist ook een rem te zetten op de toename van milieuvervuiling als gevolg van het anders toenemende aantal oldtimers en tegelijkertijd om opbrengsten te genereren voor de schatkist.

 

Pin It on Pinterest

Share This